Home

Plate CMS: hybride platform van Nederlandse bodem

Plate CMS: hybride platform van Nederlandse bodem

Sinds ik een mening heb over WordPress, ben ik blijkbaar een soort CMS-influencer. Dus vroegen de makers van Plate mij of ik niet eens naar hun CMS wilde kijken. Ik ben altijd nieuwsgierig naar nieuwe software, dus: ja! Ik zag een platform dat bezig is te verandering van een drag-and-drop sitebuilder (ewww) in een omnichannel-systeem met een zeer flexibele informatiearchitectuur.

Een tijdje geleden kondigde ik aan dat ik van WordPress overging naar een nieuwe manier van websites bouwen. De discussie die daarop volgde bracht veel interessante perspectieven naar boven en op zeker moment kwam ik in contact met Pieter Versloot van Plate. Plate is een CMS dat zich profileert als een WordPress-alternatief voor bureaus. Of ik er niet eens naar wilde kijken. Natuurlijk, want ik ben altijd nieuwsgierig en je krijgt niet vaak de kans om zomaar eens rond te klikken in closed-source, betaalde software en zo een gevoel te krijgen voor wat er gaande is in CMS-land.

Over Plate

Plate is een Nederlands bedrijf. Origineel begonnen als klik-en-sleep sitebuilder, is Plate nu bezig met een ombouw naar een multisite, eventueel headless, omnichannel ervaringsplatform. Plate wordt aangeboden als Software As A Service(SaaS)-oplossing en draait op Amazon Web Services en integreert als het goed is naadloos met MailChimp, Google Analytics en Google Tag Manager.

Het platform heeft zo’n 500 gebruikers, waarbij de sites meestal worden gebouwd door partnerbureaus van Plate. De meest bekende gebruiker van Plate is velhuisenkemper.nl.

Wat is een ‘goed’ CMS?

Toevallig ben ik terwijl ik dit schrijf ook voor een klant bezig aan een serie blogs over CMS-selectie. Voor die serie bespreek ik bekende CMS’en, zoals Drupal, WordPress en een aantal headless systemen. De conclusie is iedere keer hetzelfde: of een systeem ‘goed’ is of niet, hangt voor 95% af van wat je ermee wilt doen en hoe jouw eigen organisatie er uitziet.

Ik ben een eenpitter met behoorlijk wat technische kennis en interesse. Met een bovengemiddelde behoefte aan controle, bovendien. Daar past een andere manier van werken, en dus andere techniek, bij dan bij een architectenbureau met 3 marketeers maar geen eigen IT-afdeling. En die werken weer heel anders dan een landelijke telefoonaanbieder of een groot e-commerceplatform.

Dit is dus geen recensie. Omdat je een systeem alleen kunt beoordelen vanuit de context van het project waarin je het gaat gebruiken. Dus heb ik gewoon eens rondgeklikt in Plate en nagedacht over hoe ik dit systeem zou inzetten en waar eventuele valkuilen kunnen zitten.

Ontsnappen uit de WYSIWYG-wereld

Pieter vertelde me aan de telefoon al dat Plate begonnen is als een Wix- of Weebly-achtige websitebuilder. Als je inlogt is dat meteen duidelijk. Hoewel de rest van de wereld het, gezien het aantal websiteblokkenbouwers op de markt, met mij oneens lijkt te zijn, ben ik niet erg gecharmeerd van dit soort interfaces. Mensen die willen weten of dit deel van Plate goed werkt, zullen het zelf moeten testen. Want wat mij betreft is het leven te kort om met widgets te slepen.

WYSIWYG-editor van Plate CMS

Om snel te ontsnappen uit de WYSIWYG-wereld klik ik in het menu op het dashboard-icoon. Dat levert je een nieuw venster op met een lijst van je content. Now we’re talking. Nu voelt de gemiddelde webredacteur zich meteen thuis. Links staan al je contenttypen, in het midden de hele lijst met posts, pagina’s of wat dan ook (want je kunt eindeloos nieuwe contenttypen aanmaken) en bovenin kun je van taal wisselen. Netjes, duidelijk, overzichtelijk. Geen clutter, geen onnodige rommel. Gewoon, wat je nodig hebt om aan het werk te gaan.

Dit is - durf ik het te zeggen? - de redactie-interface die WordPress jaren geleden al neer had moeten zetten. In plaats daarvan concentreerden ze zich op Gutenberg en op het usability-doolhof dat wordpress.com heet.

Contentmanagement in Plate CMS

Wat ik wel typisch vond hier, was de afwezigheid (of in ieder geval door-mij-niet-vindbaarheid) van een ‘Toevoegen’-functie. Om content toe te voegen moet ik (brrrrr…) terug de blokkenjungle in en alle content invullen in een sidebar. Eenmaal aanwezige content kun je wel in de back-end aanpassen. Je kunt ook kiezen om een bestaande post dupliceren en aanpassen. Werkbaar, maar een beetje vreemd. (UPDATE: inderdaad is deze functie er wel, meldt Pieter. Ik heb die tijdens mijn test alleen gemist.)

Aan dit soort kleine dingen zie je dat Plate een systeem in ontwikkeling is. Zo komen bijvoorbeeld ook de titels van de schermen vaak niet overeen met het menu-item dat erheen leidt. Klik je op ‘Berichten’, dan heet het scherm ‘Formulier inzendingen’(sic) en klik je op ‘Versiebeheer’, dan krijg je een leeg scherm dat ‘Actions’ heet. Enfin, dat zou allemaal snel opgelost moeten kunnen worden.

SEO?

Wat ik mis is een scherm met SEO-instellingen. Als web-CMS concurreer je niet alleen met WordPress, je concurreert met WordPress plus een enorm ecosysteem aan plugins. De belangrijkste daarbij is Yoast, waarin je op een makkelijke manier hele geavanceerde, technische SEO-zaken kunt configureren en ook de SEO-kwaliteiten van je content tijdens het schrijven kunt beoordelen. De basis van SEO is aanwezig in Plate, maar de bekende ‘groene bolletjes’ van Yoast zullen door redacteuren zeker gemist worden. Ik gok ook dat het gemiddelde webbureau inmiddels wel iets meer controle wil over de technische SEO dan Plate ze biedt. Maar misschien overschat ik dan het gemiddelde webbureau.

Informatie-architectuur

In Plate kun je uit je dak als het bouwen van contentmodellen / informatie-architecturen je ding is. De interface waarin dit gebeurt kan zich wat mij betreft prima meten met de industry standard op dit gebied, Contentful. Met één belangrijke uitzondering: in Contentful heb je de mogelijkheid om, naast de grafische user interface, ook met JSON-code te werken. Ik vind dat fijn (hartje code!), zeker met het oog op versiebeheer, maar Plate heeft een strategische keuze gemaakt voor ‘low code’ en zij kennen hun klanten beter dan ik.

Je begint in een kolommeninterface die je bekend zal voorkomen als je wel eens instellingen verandert in Google Analytics. Daarna is het een kwestie van velden en validaties toevoegen. Je redacteuren vullen je contentmodel en kunnen content hergebruiken volgens de regels die je hier definieert.

Contenttypen maken in Plate CMS

Om Plate ook headless bruikbaar te maken, is het belangrijk dat je ook metadata goed kunt definiëren. Daarvoor is de categorie ‘abstracte content’ beschikbaar. Daar vind je standaarddingen als tags, categorieën en auteur. Maar ik kon bijvoorbeeld heel snel een veld ‘Gevoel’ toevoegen aan projecten in het portfolio. In combinatie met de API van Plate kan dit een krachtige content repository opleveren.

Tot slot

Plate wil een tool zijn voor webbureaus, waarmee ze snel en zonder technisch gedoe sites kunnen uitrollen voor klanten. En het ziet ernaar uit dat dat zeker kan lukken, met de kanttekeningen van hierboven. Tegelijkertijd leg je, als je Plate-partner wordt, wel al je eieren in één mandje. En dat mandje wordt gedragen door 13 mensen in Veenendaal. Er is nauwelijks community of ecosysteem en de code is niet toegankelijk. Je hebt dus niets om op terug te vallen als het mandje omvalt. Je wilt dus in ieder geval zeker weten dat je snel en zonder grote investeringen weg kunt migreren van het platform. (UPDATE: aan het einde van dit kwartaal rolt Plate een export-functie uit, die gratis beschikbaar zal zijn)

Het is leuk om te zien dat er ook in Nederland spelers zijn die het aandurven om de ‘grote jongens’ uit te dagen, en Plate is een prima tool om complexe content mee te beheren. Of er op de lange termijn een plek is voor Plate in de overvolle CMS-markt? Daar ga ik echt geen voorspelling over doen. Of Plate iets voor jou is? Ook dat moet je echt zelf bepalen.

Voor meer informatie kijk je op getplate.com