Waar ik mee bezig ben (1) – De poëzie

Waar ben ik mee bezig? Ik stel me de vraag regelmatig, maar daar wilde ik het even niet over hebben. Ik wilde alleen maar even een overzichtje maken, net zoveel voor mezelf als ter vermaak van de lezer, van de dingen die door mijn hoofd stuiteren en zich in ruwe vorm in aantekeningenboekjes en computerbestanden bevinden. Continue reading

Blues

Hoe de trein maar dendert & voort & voort. Hoe je er niet over praat, de dingen die je met vuisten op moet lossen. Hoe het voelt als ze bloedt, voor het eerst. Hoe je blijft nadenken op jouw ruwe manier & hopen & hoe hopen ook lijden is. Hoe je eindigt met een lege gitaarkoffer. Hoe je opgevoed werd: met de bijbel & de riem. Hoe de verhalen leeg bleken. Hoe je verdween onder de vlag van wat toen de waarheid was. Hoe het miljoenen anderen verging & hoe alleen je was met jezelf & wat je bent gebleven:

alleen, alleen.

Hoe je alleen bewaarde wat in je zij stak.

Hoe je vingers altijd bloedden.

Gadverdamme, Huub Beurskens

Hoe ongelofelijk Web 1.0: Huub Beurskens heeft een blog waarop hij (onder andere) de poëzie van Jeroen Mettes afkamt, maar waarop de reactiemogelijkheid is uitgeschakeld. Het soort mensen dat denkt dat internet een soort gedrukt-tijdschrift-maar-dan-goedkoper is is helaas nog niet uitgestorven.

Wat hij in dit stukje schrijft over de nominatie van Jeroen Mettes voor de Budding’-prijs is natuurlijk terecht. Het is stupide om een dode dichter te nomineren voor een stimuleringsprijs. Maar wat hij schrijft over het prozagedicht N30+ is minstens even stupide. Ja, Mettes’ prozagedicht moet, ik heb dat eerder al geschreven, als mislukt worden beschouwd. Maar het is te makkelijk om het, zoals Beurskens doet, weg te zetten als een dik pak lukraak bij elkaar gesmeten zinnen. Continue reading

Eenzaamheid

Ik ken een meisje dat gelooft dat eenzaamheid niet bestaat. Ze herhaalt het hardop, keer op keer. En het lijkt op de één of andere manier natuurlijk, zoals naakt zijn.

- Stil eens, luister…
- Waarnaar in vredesnaam?
- Er is hier helemaal niemand. Stilte.
- Ik ben er toch? Wij?

Ze zet haar ziel open als een picknickmand. Perfecte tanden zijn haar messen en vorken, het rood geruit haar bloemenjurk.

Sla zonder zand, haar ogen, dicht of open.

Ik ken haar.

Boom

Kluns, geboren uit luiheid, die het wel even zal doen
maar het niet wil doen & non-verbaal uitdrukt waar dan godver toch
woorden voor blijken te zijn.

Groeien: in stuipen, spastische sprintjes,
gehinderd door eigen takken & zonder pauze voor bloei.

Klaploper met geld op zak, geregeerd door de planning
van de afdeling planning: onbereikbaar, kantooruren,
iedere dag het zelfde praten,
praten, praten.

Droogte: ondanks vruchtbare bodem & regen, zelfopgelegd
regime van vergeten te drinken.

Dode op weg naar een feest in een aardedonker pak
van Sjaalman, een pak dat niet open wil als je het niet open wil
want echt willen is vallen, vallen.

Kale takken als schoonheidsideaal.
Het afstoten van vogels.
De walging van vruchten.

Zonaanbidder, mystieke lichtzoeker.
Vuurwerk, hopend op een knalfeest, denkend dat het
zonder hem zal beginnen.
Altijd maar weer teleurgesteld, teleurgesteld.

Wortels verdwijnen langzaam uit zicht,
kwijnen weg in spleten, leggen het af
tegen zwijgende stoeptegels.