Wat de dag was, dacht de dichter,
wat de dag was is nu weg.
Zo liepen de dagen dag na dag de deur uit.
Wat is weggespoeld, wat zand was,
wat rots was, wat de kolkende, hete binnenkant
van de planeet was, wat tien uur zonlicht was is weg.
Wie in het graf ligt of zijn leven slijt, wie afwacht,
wie verwoed verzamelt, wie denkt sneller te zijn &
minder te slapen, wie dicht, wie denkt te blijven.
Denken stoppen is in leven blijven,
de molen draaien & van brandstof voorzien,
het einde uitstellen.
Lezen is sterven. Lezen is leven.
Nergens zijn is een manier van overleven
die een trucje geworden is.
Wie een trucje geworden is, wie niet
nieuw meer is, niet aaibaar & verhandelbaar meer is,
wie niet wist dat hij beter thuis kon blijven.
Wie het einde zag naderen terwijl het er al was.
Niet wie weg is,
maar wie blijft.