Gesprek met Dickie

‘Heb je dat, dat
je niet weet
of het je voedt
of leegzuigt

Dat je niet
weet wat
de goede kant is

Dat je het
niet meer ziet…’

Zo sprak ik
& gebaarde wild

Dickie & ik
altijd
de laatste twee

‘Shit man, Dickie, ik
denk dat ik het
niet meer zie…’

‘Godverdomme!’

(hij was
weggedommeld
& had bier
gemorst)

No more restless days (daggedicht 17 januari)

Met brandende ogen kaal & helder de uitweg zien
Deze liggen bovenop, alles vandaag nog

Stapels die naar binnen hellen, lawines
die maar niet gebeuren
willen & het weer
dat niet beter wordt

Geen reparatie zonder nieuwe schade
Het lawaai, het lawaai houdt niet op, nooit op

Tot je spieren je niet meer dragen willen

 

noot: eigenlijk speel ik hier een beetje vals. Vandaag had ik een gedicht nodig voor de bijeenkomst van het Zwols Dichterscollectief en heeft dit gedicht dus een dubbele functie als daggedicht en ZDC-maandgedicht. De versie die hierboven staat is zojuist tijdens een weer vanouds gezellige en productieve bijeenkomst door mijn collega-dichters zeer ten goede verbouwd.

Dagelijks een gedicht – een uitdaging

Op 12 januari kreeg ik een mailtje van de door mij zeer gewaardeerde classicus, filosoof, vertaler en collega-dichter Theo van de Vliet. Hij vroeg me of ik ervoor in was om een maand lang iedere dag een gedicht te schrijven. Inmiddels zijn ook dichter Corrie Kopmels en tekenaar Thijs Verster bij het project betrokken en vliegt er dus dagelijks heel wat moois heen en weer over de mail.

Of en hoe de anderen hun werk willen publiceren, dat laat ik aan hun, maar mijn gedichten zal ik proberen ook dagelijks online te zetten. Hier zijn in ieder geval de eerste vier.

12 januari:
ISOLEMENT
Dat hij trots op me was zei iemand
(zei het niet maar tikte het – wanneer zegt iemand
iemand nog iets?) dat ik geen tv keek.
Continue reading

Dweilen

Het rood dat bedekt had moeten blijven druipt nu op de keukenvloer. We kijken ernaar en onafhankelijk van elkaar trekken we dezelfde conclusie. We halen dweilen, maar de kraan blijft zijn eigen ding doen.

We zijn thuisgekomen na veel nachten. Ons huisnummer is onherkenbaar overwoekerd, alles wat we hadden is oud geworden. Gelukkig hebben er beesten op het huis gepast.

Bezittingen hebben we nauwelijks meer. Er is ook geen tijd voorbij gegaan. We zijn er dichtbij geweest.

De dag

Wat de dag was, dacht de dichter,
wat de dag was is nu weg.
Zo liepen de dagen dag na dag de deur uit.

Wat is weggespoeld, wat zand was,
wat rots was, wat de kolkende, hete binnenkant
van de planeet was, wat tien uur zonlicht was is weg.

Wie in het graf ligt of zijn leven slijt, wie afwacht,
wie verwoed verzamelt, wie denkt sneller te zijn &
minder te slapen, wie dicht, wie denkt te blijven.

Denken stoppen is in leven blijven,
de molen draaien & van brandstof voorzien,
het einde uitstellen.

Lezen is sterven. Lezen is leven.
Nergens zijn is een manier van overleven
die een trucje geworden is.

Wie een trucje geworden is, wie niet
nieuw meer is, niet aaibaar & verhandelbaar meer is,
wie niet wist dat hij beter thuis kon blijven.

Wie het einde zag naderen terwijl het er al was.
Niet wie weg is,
maar wie blijft.

Videogedicht: A205

In de file, in de regen… Op een dag besloot ik dat het genoeg was en haalde me de literatuur op de hals.

‘A205′ is een gedicht uit mijn bundel Zingt. Die bevat dichtwerk dat ik schreef tussen 2003 en 2011 en kan gelezen worden als een zoektocht naar wat nu werkelijk belangrijk is, naar waarachtige gevoelens in de zee van indrukken die het moderne leven is.

Begeleid door bonkende bluesmuziek probeer ik door het pantser van ironie en onverschilligheid heen te breken, op zoek naar liefde, religieuze instincten en muzikaliteit.De bundel bestellen kan heel simpel door hieronder te klikken. Je maakt een dichter, een uitgever en jezelf er blij mee.

-> OK, STUUR ME DAT BOEK <-

Grammofoonplaten

Een hele stapel jazzplaten van mijn vader. Ik heb ze weggegeven. Ik heb mijn vader nooit een jazzplaat zien opzetten. Wel een keer een plaat van Stockhausen. Dat waren twee van de mooiste minuten van mijn leven: het onthutste gezicht van mijn moeder die had gehoopt dat die waanzin voor altijd in de grijze modder van het verleden begraven zou blijven.
Later bleken mijn beide ouders allergisch voor de cellosuites van Bach.
Wie draait er nog Stockhausen?
Wie draait er nog grammofoonplaten?

Videogedicht: Moed

Sinds ik zelf mijn depressieve neigingen definitief overwonnen en bij het oud vuil gezet heb, merk ik dat ik weinig begrip meer kan opbrengen voor mensen die zichzelf continu in de put zitten te praten. Daar gaat dit gedicht gedeeltelijk over.
Verder is het inleiding op de bundel en een oproep om hem aandachtig te lezen en daarbij vooral op de spirituele lading van de gedichten te letten.

Dit gedicht staat in de bundel ‘Zingt’. Bestel hem door hier links op het omslag te klikken. Dank u.